In 2025 gebruikten FINN en partner Gosselin & de Walque een taalkundige en datagedreven analyse om te onderzoeken hoe 86 Belgische CEO’s over hun wereld spreken, op basis van interviews in De Tijd, L’Echo, Trends en Trends/Tendances. Het doel: diepere patronen in het taalgebruik van CEO’s detecteren in een tijd van “permacrisis”. Wie leunt echt in de richting van de toekomst, en wie is vooral bezig zijn uitspraken te verklaren en te nuanceren en hoe overtuigend klinkt dat?
De achtergrond: Europa in crisismodus De context is allesbehalve business as usual. Sinds de invasie van Oekraïne bevindt Europa zich in crisismodus. Het geloof in onze eigen duurzaamheidsambities en in het “Brussels effect” brokkelt af, het vredesdividend is verdwenen en de schok van inflatie en dure energie werkt nog steeds door in het systeem. Faillissementen en collectieve ontslagen in België staan op het hoogste niveau in tien jaar, met de chemische industrie als kanarie in de kolenmijn. Tegelijk zijn de volgende golven al zichtbaar: stijgende overheidsschulden en een demografische klif nu de babyboomgeneratie massaal de arbeidsmarkt verlaat.
CEO-agenda’s: belangrijkste prioriteiten voor 2025 Tegen die achtergrond is het veelzeggend om te zien wat CEO’s zelf op de agenda zetten. Bovenaan hun zorgenlijst staan Europese competitiviteit, beleid en (over)regulering: deze thema’s komen voor in meer dan vier op de vijf interviews (81,8%). Handel, tarieven en protectionisme volgen met ongeveer 70%, terwijl geopolitieke instabiliteit en Oekraïne iets boven de 60% uitkomen. Decarbonisatie en klimaat volgen vlak daarachter, eveneens rond de 60%. Arbeid, talent en demografie, AI en digitalisering, en energiekosten en energiebeleid clusteren net onder dat niveau – tussen ongeveer 57% en 59%. China wordt, ondanks zijn strategische gewicht, expliciet genoemd in slechts een kwart van de interviews.
Samen schetsen deze signalen een paradox. In verschillende sectoren is de economische en geopolitieke storm heviger dan alles wat we het voorbije decennium hebben gezien, en worden CEO-agenda’s gedomineerd door structurele kwesties zoals competitiviteit, regulering en handel. Toch ervaart de gemiddelde Belgische consument (nog) geen klassieke crisissfeer: volgens de Nationale Bank blijven huishoudens in 2025 relatief veerkrachtig. De auteurs beschrijven het als een drôle de crise: voor sommige bedrijven is het code rood, terwijl de samenleving als geheel niet in crisismodus staat. Een ongemakkelijke kloof tussen de realiteit in de boardroom, het politieke debat en de publieke perceptie.
“In verschillende sectoren is de economische en geopolitieke storm heviger dan alles wat we het voorbije decennium hebben gezien, maar de gemiddelde Belgische consument ervaart (nog) geen klassieke crisissfeer.”